Europa, het eerlijke verhaal

Brabants dagblad/De stem juni 2019

Het bestaan van een Europese interne markt betekent een groter afzetgebied voor bedrijven gevestigd in lidstaten van de EU. Een groter afzetgebied genereert, normaal gesproken, een grotere vraag naar het te fabriceren product en maakt daardoor schaalvergroting van het productieproces mogelijk. Schaalvergroting maakt op haar beurt productspecialisatie mogelijk (één arbeider maakt niet de hele fiets maar één of meerdere arbeiders specialiseren zich ieder in één onderdeel van de fiets). Dit maakt dat de kostprijs per eenheid te fabriceren product daalt waardoor een grotere winst voor het grootbedrijf en eventueel een lagere prijs voor de consument mogelijk wordt en er dus meer welvaart voor iedereen ontstaat.

Meer globalisering en een grotere interne Europese markt betekent dus grotere winsten voor het grootbedrijf. Deze extra winsten geven de multinational ruimte om te investeren in extra productiecapaciteit of innovatie met als gevolg meer werkgelegenheid en inkomen voor de bevolking. Tot zover de gedachtegang die achter de opmerking ‘ meer Europa is goed voor Nederland’, gemaakt door ‘Jetten’ en andere ‘pro Europa’ lijsttrekkers’, schuil gaat.

Wat door hen niet verteld wordt is het volgende

De miljardenwinsten van multinationals die mogelijk werden door de toegenomen globalisering en het vergroten van een interne Europese markt door het toelaten van nieuwe lidstaten, worden door deze bedrijven niet alleen aangewend om te investeren in de reële economie en dus in extra banen en inkomsten maar vinden ook een andere bestemming. Een aanzienlijk deel van deze extra winsten wordt namelijk besteed aan de uitbreiding van het leger aan lobbyisten (Engelen). Dit leger heeft als doel de politiek in Den Haag en Brussel te bewegen wetgeving die het grootbedrijf welgevallig is, door te voeren. Zo hebben de financiële reuzen (ING, Aegon enz.), de farmaceutische industrie, de chemie (Bayer,en co.), de tabaksindustrie, de voedingsmiddelenindustrie, de telecomsector en de automobielindustrie allen een immens leger aan lobbyisten in loondienst. Gezamenlijk zijn zij er de laatste decennia in geslaagd in Nederland, maar ook in andere lidstaten, de belastingdruk voor bedrijven sterk te verminderen (de vennootschapsbelasting is verlaagd van 40% van de winst in 1980 naar 25 % van de winst in 2017), de lonen te matigen (in de laatste dertig jaar zijn de lonen in ons land nauwelijks gestegen!), ontslagbescherming te verminderen, aftrekposten voor bedrijven te vergroten, verleende subsidies aan het grootbedrijf te doen toenemen of een bilateraaltje met de premier te regelen (Engelen). Deze voor de staat gederfde belastingopbrengsten worden overigens gecompenseerd door de belastingdruk voor burgers in dezelfde periode stelselmatig te verhogen. De arbeidsinkomensquote, een getal dat de verhouding weergeeft van het deel van het nationaal inkomen dat door werknemers (arbeid) verdiend wordt en het deel dat door aandeelhouders (kapitaal) verdiend wordt, is als gevolg van zojuist geschetste ontwikkeling over dezelfde periode opzienbarend afgenomen.

Uitholling van de democratie door het kapitalisme

Door deze enorme lobbykracht van het grootbedrijf wordt de democratie uitgehold en is er een corpocratie ontstaan waarin, daar waar belangen van het grootbedrijf botsen met die van de burger, deze laatste structureel aan het kortste eind trekt. Voorbeelden van meer recente datum die illustratief zijn voor deze bewering is het feit dat de grootbanken die ‘too big to fail’ en ‘too big to manage’ zijn, tien jaar na het begin van de crisis nog steeds niet zijn opgesplitst maar zelfs zijn gegroeid. Dat een kankerverwekkend bestrijdingsmiddel als glyfosaat jarenlang wordt toegelaten op de Europese en Nederlandse markt met desastreuze gevolgen voor de volksgezondheid en biodiversiteit. Dat bedrijven als Tata Steel, Chemours, Shell en Schiphol nauwelijks zijn af te stoppen in het vervuilen, onveilig en ongezond maken van hun omgeving, laat staan dat ze bereid zijn een eerlijke CO2 tax te betalen.

Een grote interne Europese markt in combinatie met een mededingingsautoriteit (autoriteit die er voor moet zorgen dat er voldoende aanbieders op de markt zijn die concurreren op prijs zodat de consumentenprijs niet te hoog wordt) op Europees niveau in plaats van op nationaal niveau doet een een vrije Europese markt ontstaan met een beperkt aantal hele grote aanbieders (de winnaars van de concurrentiestrijd) met heel veel marktmacht (een heel  groot marktaandeel), met als gevolg extreem hoge prijzen van bijvoorbeeld sommige geneesmiddelen en extreem hoge winsten voor deze overgebleven marktspelers.

Een ander deel van deze toegenomen miljardenwinsten van multinationals wordt geïnvesteerd op de beurs omdat het rendement op kapitaal groter is dan het rendement op arbeid. Anders gezegd: de multinational verdient meer door winsten te beleggen op de beurs dan deze te investeren in innovatie of extra productiecapaciteit. Deze laatste investering levert werkgelegenheid en dus inkomsten op voor de bevolking. Het gevolg van deze keuze van het grootbedrijf is dat de vermogensongelijkheid onder de bevolking nog groter wordt dan zij al is. Dit is te verhelpen door kapitaalstromen fiscaal te belasten. De Nederlandse overheid weigert dit echter te doen. Daar zijn ze in Moneyland blij mee.

Samengevat: een grote Europese interne markt maakt schaalvergroting van het productieproces mogelijk.  Schaalvergroting geeft het grootbedrijf de mogelijkheid tot het maken van miljardenwinsten. Wanneer deze winsten niet terugvloeien naar de samenleving maar worden gebruikt voor het omzetten van economische macht in politieke macht of de aankoop van aandelen of andere effecten op de beurs, zal schaalvergroting de vermogens- en inkomensongelijkheid onder de Europese bevolking en de vervuiling van klimaat en milieu in Europa, doen toenemen. Dat meer Europa goed is voor het grootbedrijf en haar aandeelhouders moge duidelijk zijn. Beweren dat meer EU meer welvaart voor de burger oplevert of de weg is naar een schoner milieu of beter klimaat is een illusie.

Groot maar idioot en klein maar fijn, zei mijn jeugdvriendinnetje al. Een regionale zelfvoorzienende economie met steun voor het MKB (de motor van de huidige nationale economie) dat doorgaans in verschillende opzichten meer maatschappelijk betrokken is dan het grootbedrijf, lijkt mij nastrevenswaardig. Onmogelijk? Nee, kwestie van politieke keuze en een rechte rug.

Bericht Delen?!

Reactie Achterlaten

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.