Complottheorie

Ik zit naar Pieter Jan Hagens te kijken, de presentator van Een vandaag. Steeds meer mensen geloven in complottheorieën, vertelt hij me. Met name onder jongeren, vooral Franse, zou het populair zijn. Pieter Jan heeft een gast uitgenodigd die gepromoveerd is in “complottheorieën”. Ik verwacht een open, nieuwsgierige blik en gedegen journalistiek onderzoek met als doel waarheidsvinding van deze gerenommeerde journalist. De uitzending ontaardt echter in een soort handleiding hoe om te gaan met complotdenkers. Je dient ze volgens de promovendus vooral serieus te nemen. Daarnaast is het volgens hem van belang ze kritische vragen te stellen over de betrouwbaarheid van hun informatiebronnen op het internet en ze bewust te maken van hun gebrek aan vertrouwen in overheidsinstanties. Na een paar minuten begint het gehele item me op de lachspieren te werken. Waarom? Zowel Pieter Jan als de promovendus gaan er bij de bespreking van dit onderwerp namelijk impliciet van uit dat hun waarneming van de werkelijkheid de juiste is en dat de waarneming van de werkelijkheid van een complotdenker per definitie onjuist is. Afgezien van het feit dat er geen enkel bewijs getoond wordt voor deze impliciete aanname zal ik aan de hand van mijn eigen ervaring aantonen dat dit blindelings vertrouwen in de eigen waarneming vaak niet bijdraagt aan waarheidsvinding.

Toen ik als jong volwassene vastliep in mijn studie werd het me duidelijk dat ik een geconditioneerd mannetje was. Ik vroeg me af waarom ik deed zoals ik deed en ging opleidingen en trainingen volgen om antwoord op deze vraag te krijgen. Ik leerde door een universitaire opleiding in de neuropsychologie, een opleiding in het neuro linguistisch programmeren en door mijn eigen ervaring dat mijn gedrag bepaald wordt door mijn stemming en dat deze stemming weer afhankelijk is van mijn waarneming van de werkelijkheid. Maar, hoe neem ik waar, hoe ervaar ik?

Een mens neemt waar met inwendige en uitwendige zintuigen. Ik beperk me in dit stuk even tot de uitwendige zintuigen namelijk smaak, reuk, zicht, gehoor en gevoel. Anthony Robbins schrijft in zijn boek “je ongekende vermogens” het volgende over waarneming: “de meeste besluiten die ons gedrag beïnvloeden maken we door drie van deze systemen te gebruiken namelijk het visuele (zicht), het auditieve (gehoor) en het kinesthetische (gevoel) systeem. Receptoren geleiden externe stimuli zoals bijvoorbeeld geluid, licht of geur naar de hersenen. Door middel van generalisatie, vervormings- en weglatingsprocessen filteren de hersenen elektrische signalen tot een innerlijke representatie. Mijn en jouw innerlijke representatie, mijn en jouw ervaring van een gebeurtenis is zodoende niet precies wat er gebeurde maar veeleer een verpersoonlijkte innerlijke herpresentatie van de werkelijkheid. Ons bewustzijn kan namelijk niet alle ontvangen signalen gebruiken. Je zou knettergek worden als alle signalen toe gelaten zouden worden tot jouw bewustzijn. De hersenen filteren daarom de informatie, slaan benodigde of naar verwachting benodigde informatie op en veroorloven het bewustzijn van het individu de rest te negeren”. Tot zover Robbins.  Deze filters met behulp waarvan de hersenen generaliseren, vervormen en weglaten bestaan uit mijn ervaringen uit het verleden, mijn vooronderstellingen en overtuigingen, mijn houding en mijn waarden en normen volgens welke ik leef. Dit betekent dat ik slechts datgene waarneem dat overeenkomt met mijn vooronderstellingen, mijn overtuigingen en waarden en normen. Ik neem dus slechts waar wat overeenkomt met mijn verwachtingen. Ik zie, hoor en voel dus niet wat er werkelijk is maar wat ik verwacht of geloof dat er is. Het beeld dat ik van de wereld heb is daarmee louter een projectie van mijn persoonlijke filters.

De volgende test met een spel speelkaarten zal deze conclusie bevestigen. We weten allemaal dat klaveren en schoppen zwart en ruiten en harten, rood zijn. Wanneer we een aantal kaarten van het spel vervalsen en er bijvoorbeeld een aantal zwarte harten en rode schoppen tussen stoppen en deze kaarten aan een niets vermoedend persoon laten zien zal die persoon rode harten en zwarte schoppen menen te zien. Zelfs wanneer we de vervalste kaarten meerdere keren laten zien zal hij rode harten en zwarte schoppen blijven zien. Hij merkt niet eens dat ze vervalst zijn, dat ze een andere kleur hebben gekregen. Pas als we de kaarten lang genoeg laten zien en ze bijna onder zijn neus duwen ziet hij in dat hij niet heeft gezien wat er was. Dit is mogelijk omdat we niet zien wat er is maar slechts wat we denken dat er is. Zo kan het zijn dat je alleen criminele vluchtelingen waarneemt omdat je ervan overtuigd bent dat elke vluchteling crimineel is. Of kan het zo zijn dat je op zoek naar een eerlijk en deskundig advies alleen mannen gekleed in een driedelig maatpak die Algemeen Beschaafd Nederlands spreken hoort en ziet omdat je er van overtuigd bent dat deze de waarheid spreken.

Omdat filters per individu verschillend zijn kun je zeggen dat de interpretatie van “De Werkelijkheid” voor een ieder anders en dus subjectief is. “De Werkelijkheid” definieer ik hier als de onvervormde werkelijkheid. Onze eigen interpretatie is gelijk aan de vervormde werkelijkheid. Bij deze twee voorbeelden die de subjectiviteit van onze waarneming illustreren. Ken je de ervaring dat je samen naar de film bent geweest en dat je na afloop al pratende over de film tot de conclusie komt dat jij een heel andere film gezien hebt als degene met wie je naar dezelfde film hebt zitten kijken? Tweede voorbeeld: na een auto-ongeluk wordt aan verschillende getuigen, die zich op dezelfde plaats bevonden tijdens het ongeluk, gevraagd een getuigenverklaring af te leggen. Ervaring leert dat alle getuigen een andere beschrijving van het auto-ongeluk geven. Iedere getuige heeft een andere werkelijkheid.

Door mijn verlangen een zuiver mens te zijn en doordat ik gegrepen werd door het zojuist beschreven neuropsychologische proces, besloot ik mijn eigen overtuigingen en vooronderstellingen van waaruit ik leef te onderzoeken op waarheid. Ik was en ben bereid om aan te nemen dat alles waarvan ik nu denk dat dat niet waar is wel eens waar zou kunnen zijn en andersom. Het loslaten of bijstellen van die filters die “De Werkelijkheid” vervormen, leidt er namelijk toe dat ik minder prikkels ga vervormen, weglaten en generaliseren zodat mijn waarneming steeds zuiverder wordt en meer overeenkomt met “De Werkelijkheid”. Een proces waarbij “mijn denken” steeds zuiverder wordt. Een proces ook dat soms pijnlijk kan zijn omdat illusies worden doorgeprikt met emoties als boosheid, verdriet of teleurstelling tot gevolg. Sinterklaas bleek bijvoorbeeld niet werkelijk te bestaan en materiële rijkdom maakte me niet werkelijk gelukkig. Maar, hoe zuiverder mijn waarneming wordt hoe beter ik in staat ben “De Werkelijkheid “ waar te nemen en te aanvaarden zoals die is.

Indien niet verlicht smeedt een ieder, en dus ook Pieter Jan en andere mainstream journalisten, zijn eigen subjectieve complot van de werkelijkheid. De problemen van deze tijd vragen om bewuste journalisten, bewuste leiders en bewuste burgers te meer omdat een verschil in waarneming van “De Werkelijkheid” en onwetendheid naar mijn overtuiging de oorzaken zijn van veel conflicten. Conflicten tussen personen, bevolkingsgroepen en landen. Het beste medicijn tegen oorlog of onwetendheid is dan ook bewustzijn. In het verspreiden van dit bewustzijn kunnen journalisten, indien bewust, een belangrijke rol vervullen.

 

Bericht Delen?!

Reactie Achterlaten

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.