Wie ben je werkelijk?

Even een paar feiten op een rijtje. Michael Sandel, een Amerikaans filosoof, vertelt mij in zijn colleges over rechtvaardigheid dat Bill Gates gedurende zijn hele arbeidzame leven gemiddeld honderdvijftig dollar per seconde heeft verdiend. Het loont voor hem niet de moeite een op de stoep gevonden biljet van honderd dollar op te rapen. Op teletekst lees ik dat de negentienjarige rechtsback van Ajax naar huis gaat met een salaris van zesentwintigduizend euro per vier weken. Beiden helden van deze tijd. Mijn vriendin S. wordt voor de door haar geleverde topprestaties met haar viool in een toporkest, gewaardeerd op uitkeringsniveau. Ook mijn vriend R, gevangen in een gehandicapt lichaam met een spierziekte, levert dagelijks topprestaties door het uitvoeren van de dagelijkse klussen. Hij wordt gewaardeerd op bijstandsniveau, 0,041 eurocent per sec. Mijns inziens een buitenproportioneel groot verschil in beloning van uiteenlopende topprestaties.

Maakbaarheid van het leven

Me bewust van zojuist genoemde feiten ben ik dan ook niet verrast als de studentenpastor van de Universiteit van Amsterdam mij op zondagochtend in het televisieprogramma ‘de nieuwe wereld’ vertelt dat de huidige generatie studenten last heeft van het gevoel ‘voortdurend te moeten presteren’. Dat de nadruk in hun habitat en opleiding ligt op ‘succesvol en gelukkig zijn’, competenties en op de gedachte dat ‘het leven maakbaar is’. Succes is een verdienste. Geen succes is eigen schuld. Deze opvattingen veroorzaken veel stress bij studenten, zegt hij. 

Afgelopen week lees ik in de Volkskrant een artikel waarin hoogleraar geschiedenis Von der Dunk de ontwikkeling schetst dat de gehele Westerse cultuur in het teken van ‘succes’ staat. Hij zegt het volgende.”Met het woord succes wordt economisch succes bedoeld. Ieder mens heeft naast materiële waarden echter ook andere waarden nodig. De materiële waarde zijn in onze cultuur overheersend geworden en er is een gebrek aan immateriële substantie bij politici”. Een gevolg van het neoliberalisme en de financialisering van onze samenleving, zou je in eerste instantie denken. De werkelijke oorzaak ligt mijns inziens op een dieper niveau.

De door de pastor aangereikte oplossing voor de studenten bestaat uit het beoefenen van meditatie. Hij blijft het antwoord schuldig op de vraag van de interviewster wat meditatie met je doet en waarom dit de oplossing voor het probleem van de studenten zou kunnen zijn. Laat ik vanuit eigen ervaring de pastor even bijspringen.

Als vijfentwintig jarige sporter beklom ik met de fiets de Col du Tourmalet en enkele andere gemene puisten in de Pyreneeën. Aangekomen op de top keek ik, met de testosteron en de adrenaline nog gierend door mijn lichaam, waar mijn concurrenten zich bevonden op de klim. Daar, op die top en in die periode van mijn leven was het leven voor mij volledig maakbaar. Maakbaar door het leveren van prestaties van verschillende aard. Op intellectuele gebied, sportief gebied of op het gebied van loopbaanontwikkeling. Totdat één jaar later mijn lichaam door ziekte niet meer in staat was prestaties te leveren. Op dat moment vroeg ik mezelf af waarom ik het nu zo belangrijk vond om als atleet als eerste de eindstreep te bereiken of als student mijn doctoraal examen met goed gevolg af te leggen. In alle eerlijkheid moest ik concluderen dat het voort kwam uit mijn verlangen geaccepteerd, gewaardeerd en bewonderd te worden door de wereld buiten mij. ‘Het presteren’ was onbewust een strategie geworden om deze verschillende vormen van liefdevolle aandacht van de buitenwereld te verkrijgen. Door deze liefdevolle aandacht te ontvangen voelde ik voor even de leegte in mij of het gebrek aan liefde voor mezelf niet.

Binnenwereld

Eenmaal bewust van dit gedragspatroon leerde ik mijn aandacht op mijn binnenwereld te richten door middel van meditatie. Ik startte het onderzoek naar wie ik ‘werkelijk’ ben. Ik voelde voor het eerst dat ik meer ben dan mijn lichaam en mijn ‘denken’. Anders gezegd, ik voelde dat ik meer ben dan mijn stoffelijke, geconditioneerde deel. Ik voelde dat datgene waar ik ‘ik’ tegen zeg, in werkelijkheid behalve uit het zojuist beschreven stoffelijke (geconditioneerde) deel, ook uit een onstoffelijk (geestelijk) deel bestaat. Ik ervoer dat hoe meer contact ik kon maken met dit onstoffelijke deel, ik steeds meer (onvoorwaardelijke) liefde, humor, blijdschap, vreugde en bewustzijn ging ervaren waardoor ‘het presteren’, overbodig werd. Ik leerde het stemmetje van mijn geconditioneerde deel te onderscheiden van mijn zuivere innerlijke stem en maakte daardoor andere keuzes dan voorheen. Er ontstond een betere balans tussen materiële en immateriële waarden in mijn leven.

Eenmaal werkzaam als coach nam ik waar dat mensen verschillende strategieën hanteren om de liefde van de buitenwereld te verkrijgen met vaak als (onbewust) doel om de leegte in zichzelf, of de ervaring van het gebrek aan (onvoorwaardelijke) liefde voor zichzelf, te compenseren. De één doet dit door volgens de maatschappelijke norm, perfect, hulpvaardig, grappig of meegaand, te zijn. De andere door te ‘winnen’, doelen te behalen, loyaal aan een ander (bijvoorbeeld de baas) te zijn, alles te willen ‘weten’ of door de touwtjes strak in de handen te houden. Allen strategieën van het geconditioneerde deel om meer liefde in de vorm van waardering, erkenning, acceptatie of goedkeuring van de buitenwereld te verkrijgen.  

Bijna iedereen heeft van jongs af aan, in het onbewuste verlangen naar (onvoorwaardelijke) liefde, overeenkomstig de collectieve conditionering, geleerd de verkeerde kant op te kijken namelijk naar de buitenwereld in plaats van naar zijn of haar binnenwereld. In mijn ogen is dit de illusie van dit aardse leven omdat juist in de binnenwereld, meer specifiek in het onstoffelijke deel daarvan, de schat ligt. Een bron van onvoorwaardelijke liefde en wijsheid.

Onstoffelijk deel

Vanuit de wetenschap dat in Westerse samenlevingen de mens zich doorgaans identificeert met zijn stoffelijke of materiële deel, dus met zijn lichaam en zijn denken, is het logisch dat de materiële waarden in deze samenlevingen sterk overheersend zijn. Het gevolg van de ontkenning van het onstoffelijke deel als een deel van zijn of haar identiteit door de Westerse mens is dat zij andere keuzes maakt en dus ook een ander economisch systeem kiest met andere gevolgen voor de verdeling van de welvaart en inrichting van de samenleving, dan wanneer zij dit onstoffelijke deel wel zou erkennen als deel van haar identiteit.

Indien we een samenleving willen waar meer ruimte is voor immateriële waarden zoals liefde, barmhartigheid, integriteit of ontwikkeling van je persoonlijkheid of talent, dan is het noodzakelijk het bestaan van het immateriële of onstoffelijke deel van onszelf te erkennen als een deel van onze identiteit, het te verkennen en ons er bewust mee te identificeren, onafhankelijk van willekeurig welke vorm van (onzuivere) religie dan ook. Deze identificatie zal leiden tot heling van ‘de mens’ en daarmee van de samenleving en de aarde in de meest brede zin van het woord.

Bericht Delen?!

1 reactie op “Wie ben je werkelijk?

Reactie Achterlaten

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.